Het oog van de meester |
Toon Wildeboer (59) is kunstschilder, restaurateur én taxateur. Hij drijft 't Galerijtje in Hilversum en bezit zo'n duizend à 1500 schilderijen. Als taxateur heeft hij tientallen meesterwerken ontdekt. Wie denkt iets ouds of moois te bezitten, kan bij hem horen wat het waard is. Voor niemandal, want wijlen zijn vader heeft hem verboden ook maar één cent aan een andere kunstenaar te verdienen. |
||
Bij de taxatiedagen in het Koetshuis van de buitenplaats Groeneveld in Baarn was het vorige maand weer raak. Een '1000 gulden-prent' van Rembrandt, een Breitner, een Scholz en fraaie werken van kunstenaars uit de Larense en Kortenhoefse school. "Wat tijdens die weekeinden tevoorschijn komt, is ó onwaarschijnlijk", blikt Wildeboer terug. "Veertig procent van wat ik te zien krijg, is goed. En bij vijf procent gaat het om een meesterwerk." "Een keer kwam er iemand langs met een schilderijtje. Er ontstond een discussie dat er nog maar heel weinig kunst onbekend is, dat er niets meer op zolder staat." Wildeboer was er echter van overtuigd dat er meer onbekende dan bekende kunst is. Hij deed daarom een oproep in de krant. "Het was of er een bom ontplofte. Vijftig, honderd mensen kwamen met schilderijtjes aan. Een hoop rotzooi, maar ook hele mooie schilderijen uit de Larense school. Maris, de gebroeders Dooijewaard, David Schulman. Schitterend werk." Afgelopen zomer hield WIldeboer voor de derde keer taxatiedagen in het Koetshuis. De oogst was opnieuw overweldigend. "Een '1000 gulden-prent' van Rembrandt, om maar iets te noemen. Dan praat je over een bedrag van 80.000 tot 120.000 gulden. De eigenaar dacht dat het een kopie was." Een meneer uit Hilversum kwam met een schilderij van een paar monniken met een glas wijn in de hand. "Dan sjok ik met zo'n ding naar achteren om hem onder de kwartslamp te bekijken. En dan kom ik met een plechtig gezicht terug: 'Meneer, mag ik u feliciteren, u heeft een Max Scholz'" Bij de Pinakothek in München hoorde hij dat het doek 80.000 tot 120.000 gulden op kon brengen. "De eigenaar vroeg of hij daar blij mee moest zijn. 'Niet als u hem niet wilt verkopen', heb ik gezegd. Want dan hangt dat ding daar, en is het alleen maar een extra zorg, een extra belasting voor de verzekering. Maar ik wed dat hij hem via een veiling in het buitenland gaat verkopen. Zo gauw mensen iets groots hebben, willen ze daar geen enkele ruchtbaarheid aan geven." Een andere ontdekking was een ongesigneerd schilderij van Breitner. "Dat heb ik eerst onder de kwartslamp bekeken, wat op een antiek schilderij een groene waas geeft. Als er nieuwe verf op zit, is dat blauw. Ik zag een donkere plek waar normaal de naam staat." 'Als u hem een half uurtje laat staan, krijgt-ie zijn identiteit terug', meldde hij aan de eigenaar van het erfstuk. Breitner "Nadat ik met een doekje met alcohol de nieuwe verf had weggepoetst, kwam de naam Breitner tevoorschijn. Met datum en plaats erbij: Amsterdam, 1923." Wildeboer vermoedt dat er tijdens de oorlog een likje verf overheen is gegaan, zodat het schilderij anoniem kon blijven hangen. "Het is een tot nu toe onbekend, maar heel belangrijk schilderij. Dan praat je over een waarde van 60.000 à 80.000 gulden." Natuurlijk heeft hij ook vaak een teleurstellende mededeling voor een bezoeker. "Kwam er een oud wijffie met twee van die lange heidegezichten, die van haar grootmoeder waren geweest. Dan zie je wat verschrikkelijks..." Wildeboer zegt dan niet dat het van een slechte kunstenaar is en maar een paar gulden waard. De emotionele waarde is belangrijker dan wat erfgenamen er later voor krijgen zegt hij dan. Hij trekt veel publiek. "Bij tv-programma's als Tussen Kunst en Kitsch en Eenmaal, andermaal heb je een gigantische drempel", vindt WIldeboer. "Je moet eerst door een ballotage-commissie - allemaal mannen met stropdassen - dat schrikt de gewone man af. Zit er opeens een kereltje op Groeneveld, waar ze altijd al wandelen. En dan komen ze heel voorzichtig met zo'n vuilniszak aan. Mij gaat het niet zozeer om het kunstwerk, maar om het verhaal dat uit die zak komt." Het success is niet alleen te verklaren uit de lage drempel. Belangrijk is ook dat er blijkbaar nog heel veel onbekende kunst onder de mensen zit. En dat is niet zo gek als je bedenkt hoeveel kunstenaars in hun arme perioden hun kruidenier, fietsenmaker, modellen of verfleveranciers in natura betaalden." |
"Mijn indiscrete vraag aan de eigenaar is dan ook altijd: 'hoe komt u eraan?' Dan krijg je te horen: 'Ja, mijn vader had een kruidenierswinkel en daar kwam oom David Schulman. Die had dan geen geld, en betaalde met een schilderij. En Willem van Nieuwenhoven, die portretteerde dan onze Jantje.'" |
|